Jouw mooie ogen schitteren als je vertelt over hoeveel zelfvertrouwen je kunt kweken op het moment dat je indruk wil maken op een man. Het is alsof je een knop kan omzetten, zeg je vrolijk jubelend. Je recht demonstratief je rug om me te laten zien hoe je dat dan doet. Om er nog een schepje bovenop te leggen spring je op en doe je het voor. “Kijk, het is net even het verschil tussen dit”, en je loopt zoals ik zou lopen, “en dit”. Je zet je breedste lach op, kijkt wat flirterig naar links en naar rechts, loopt met grotere en vooral ook hogere stappen door het café. Een man met halflang haar en een net pak kijkt even om, maar richt zich al snel weer op zijn biertje. Niemand lijkt je verder op te merken.
Als ik naar je kijk voel ik me soms net een uil, weet je dat? Ik observeer, en jij doet. Ik ben de camera, jij acteert. Alles neem ik in me op, ik voel de ruimte om me heen, de rumoerige stemmen die klinken en ik luister heus wel naar wat je vertelt. Terwijl je voorbij dendert, flitsen gedachten langs. Zijn gezicht kijkt me liefjes aan, terwijl hij tussen mijn benen ligt. Hij beweegt zachtjes heen en weer, en zijn roze blanke lichaam is warm en gloeit. Hij komt met zijn gezicht dichterbij en kust me zacht. Vroeger werd hij wel eens gepest met zijn volle lippen, maar ik kan me geen lippen bedenken heerlijker om te kussen dan deze.
Denk je niet dat de meeste mensen naar de verkeerde versie van geluk streven? Naar een versie die misschien wel gefantaseerd is; een soort constant gevoel van euforie. Is geluk niet een kwestie van toedienen in delen, shotjes van geluk? Shotjes die soms een klein moment duren, en shotjes die je een paar minuten lang voeden? Daarna is het een kwestie van dorstig worden, en als dat gevoel te lang aanhoudt voelt men zich ongelukkig. Gewoon een shotje, zoals dat kleine momentje dat jij meemaakte toen je met Joachim was. Die seconden dat hij met zijn schitterende ogen naar je keek, met een blik vol ongeloof, omdat hij niet kon bevatten wat hij op dat moment voelde. Die minuten die je nu zo in de war maken, zo erg dat je zelf bijna niet gelooft dat het werkelijk heeft plaatsgevonden. Waarom zijn die shotjes van geluk niet genoeg, en blijven we verlangen naar een vol glas, als een verslaafde die aan één borrel niet genoeg heeft? Waarom zetten we niet gewoon het zojuist genuttigde shotglaasje van geluk met een klap op tafel, laten we een boer, en zeggen we, “Hè lekker, op naar de volgende!”
Jij bent een lust voor het oog, dat weet je toch? En je enthousiaste instelling en geweldige levenslust zijn ook niet mis. Voor mij is het moeilijk te geloven dat een jongen als Joachim geen interesse heeft in jou. Hoe een leuke krulletjes hij ook heeft.
Na het loopje plof je weer neer op je stoel. Je roert in je muntthee, kijkt hoe de blaadjes als zeewier in het hete water drijven, en slaat je wimpers op. Je ogen staan triest, zoals alleen mooie ogen triest kunnen staan. Waarom is het toch zoveel pijnlijker om ogen te zien met verdriet, als het hele mooie zijn? Die van jou verraden wat je hart je ingeeft: Ook als je met dit prachtige loopje langs hem heengaat, zal hij je niet meer zien staan.
Nadat we elkaar gedag zeggen, voel ik net op het moment dat ik de trein instap, mijn mobiel trillen. Gauw spring ik de trein weer uit, loop door het felverlichte station naar buiten en kom hem tegemoet. “Joachim”, zeg ik zacht, en ik glimlach.