maandag 28 februari 2011

De Grens

Mari speelt een spelletje. Ze staat voor de spiegel en streelt haar lichaam. Dit lichaam zorgt ervoor dat ze bestaat. Er is altijd die mogelijkheid, de mogelijkheid om te sterven. Ze zou alleen maar in haar polsen hoeven snijden en ze zou sterven. Haar lichaam vormt de grens tussen leven en dood. Dit spelletje speelt ze al zo lang ze zich kan heugen. Gewoon een onschuldig spelletje. Ze fantaseert hoe ze zal sterven. Hoe haar familie zal reageren. Wat ze over haar zullen zeggen op haar begrafenis.

Bij Julian, haar leraar Fins, voelt ze zich levend. Alles wat ertoe doet valt samen. Betekenis doet er niet meer toe. Als Julian haar neemt voelt ze zich vrouw. "Nu ben ik dus vrouw, zo voelt het om een vrouw te zijn", denkt ze. "Een vrouw naar wie een man verlangt, meer dan naar wat dan ook." 

Als Julian afstand neemt, verminkt ze zichzelf. Ze wordt gekweld door onbeantwoorde verlangens. Ze wil zo graag iemand zijn die ertoe doet. Terwijl het mes in haar vlees snijdt, voelt ze de verzachtende pijn. Er is altijd nog die mogelijkheid. 
Mari speelt met de gedachte dat ook jonge meisjes kunnen sterven. De meisjes die gewoon 'tot ziens' zeggen, de deur achter zich dichttrekken, en, alsof het een stomme toevalligheid is, het leven uitstappen. 

"Houd van me", zegt ze tegen Julian. "Red me, of dood me"

Ze staat op de leuning van de brug boven de rivier. Ze kijkt naar haar voeten. Alles wat ze nu hoeft te doen is wankelen, ze hoeft niet eens de beslissing te nemen, ze hoeft alleen maar te wankelen en het lot zal zichzelf bezegelen. 
Als Julian bij de rivier aankomt, staat Mari er niet meer. 

Mari is één van de personages uit de debuutroman "De grens" van Riikka Pulkkinen. Ik vond Mari een intrigerend en bijzonder personage. 
Vooral het spelletje dat zij met de dood speelt, elke dag. De troost die zij vindt in het idee dat er altijd de mogelijkheid is te sterven. De gekweldheid die zij op zestienjarige leeftijd al voelt. De druk die het bestaan op haar legt. Haar verlangen om te leven, lief te hebben, een vrouw te zijn. Haar tragische gedachtegang. 


* Mocht je overigens het boek nog willen lezen: 'Als Julian bij de rivier aankomt, staat Mari er niet meer', is nog niet de ontknoping. 

zaterdag 26 februari 2011

Thuis

thuis zoek ik in mijn gedachten
landen op die ene plek
dat alles overstijgen kan
niet volmaakt maar zo mooi anders
dat je met je vrijheid flirten mag
en dan toch weer veilig terug
thuis past tussen twee armen

De blonde dood

Wat vreselijk dat Antonie Kamerling is overleden.. vooral voor zijn nabestaanden, want hijzelf heeft er vrede mee, het was tenslotte wel zijn eigen keuze om uit het leven te stappen”. Betrapte jij jezelf op deze gedachte vanmorgen toen je hoorde dat Antonie zelfmoord heeft gepleegd?

Begrijpelijk is deze reactie, maar misschien had je nog even een slinger moeten geven aan het rad van jouw denken.

Als iemand overlijdt aan kanker zeggen we: Hij is overleden aan kanker. Als iemand overlijdt aan een hersenbloeding zeggen we: Hij is overleden aan een hersenbloeding. Als iemand overlijdt aan een hartaanval zeggen we: Hij is overleden aan een hartaanval. Maar als iemand overlijdt aan een depressie, waarom zeggen we dan: Hij heeft zelfmoord gepleegd? Alsof hij het expres gedaan heeft, alsof hij er voor gekozen heeft om niet meer te leven. Nee, daar heeft hij niet voor gekozen, er was namelijk geen keuze. Geen andere uitweg dan te sterven.

Antonie Kamerling heeft zelfmoord gepleegd, omdat hij depressief was. Depressie is een ziekte. Een depressie is een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of een zwaar terneergeslagen stemming. In het normale spraakgebruik wordt de term 'depressief' vrij snel gebruikt voor een toestand waarin iemand zich een beetje depressief voelt. Zegt de vrije encyclopedie.

Ik rol me ook wel eens op als een foetus om in mijn bedje te gaan liggen huilen. Ik word ook wel eens overvallen door gedachten met zingevingsvragen. Waarom lopen we hier allemaal rond op aarde, wat is het doel van dit alles? Maar als ik daarna in de auto stap om naar mijn werk te rijden, met Wild fm keihard aan, waaien die gedachten ook langzaam weer uit mijn hoofd. En ga ik weer door met mijn leven, hoe doelloos misschien ook. Vergis je niet, iemand die lijdt aan de ziekte depressie, kan niet zomaar verdergaan alsof er niets aan de hand is.

Denk nou niet, hij liet zijn vrouw en kindjes in de steek, en stel jezelf nou niet gerust met gedachten als: hij wilde het zelf. Nee. Hij was ziek, ongeneeslijk ziek, net zo ziek als ieder ander met een levensbedreigende diagnose. Aan zijn ziekte is hij overleden.

I had a dream

Het gekke gevoel blijft aanhouden. Ik dacht eerst dat het kwam door de warme zomer, maar mijn lichaam stopt niet met zweten. Gelegen op mijn rug in de schaduw tast ik met mijn hand rechts van me. Waar is mijn telefoon? Langzaam breng ik mijn handen naar mn ogen. Ik wrijf de slaap eruit, en draai vermoeid mijn hoofd naar mijn nachtkastje.

Mijn hart slaat over. Mijn longen vullen zich snel met lucht. Mijn hartslag gaat omhoog. Ik schrik. Mijn hand is bruin, donkerbruin. En zo ook mijn arm, mijn buik, mijn benen, mijn hele lijf. En er is geen nachtkastje.

Onder een boom lig ik. Om me heen dorre vlakten, een enkele boom. De lucht is helderblauw. De zon is wit zo fel, en straalt op zn hardst. Ik zie wat hutjes, in de vorm van paddestoelen. Een soort lage, brede paddestoelen. Met een rieten dakje en een muur van mest en modder.

Een horde mensen komt aanlopen. Ze maken veel geluid, praten door elkaar. Iedereen draagt felgekleurde kleden. Niemand heeft lang haar, ze zijn allemaal kaal of gemillimeterd.

Iedereen is mager. Toch lachen de meeste mensen, met opvallend mooie witte tanden.
Ik zie een vrouw met een emmer water. Achter haar staat een waterput. Ze houdt het water boven haar hoofd. Haar vermoeide blik steekt in mijn hart. Ze kijkt doelgericht, overal doorheen. Standvastig, maar toch doodmoe. Plots vergroten haar ogen zich en ze glimlacht. Ze lijkt iets te zien.

Het zijn wat mannen, ze komen terug van de jacht. Trots dragen ze een grote gazelle op hun schouders. Met hun blote voeten lopen ze over de prikkelige grond. Het zweet druppelt langs hun hoofd naar beneden, hun doeken zijn doorweekt. Achter hen loopt over het dorre gras een lange sliert bloed. Tussen de hutten door lopen ze naar een open plek.

Bij een van de hutten zit een klein meisje. Ze kietelt met een takje de blote voetjes van haar broertje. Haar shirt hangt aan haar arm, waarbij haar schouder ontbloot. Haar broertje draagt alleen een klein broekje en een doek op zijn hoofdje tegen de zon. Al zijn botten zijn te zien. Bij elke beweging lijken ze door zijn huid te priemen. Beide kinderen lachen luid.

Een van hen wordt geroepen door de vrouw met de emmer water. Het jongetje rent naar haar toe en tilt de twee witte jerrycans met water op. Dezelfde uitdrukking als zijn moeder krijgt hij. Star, vermoeid, maar toch trots.

Het meisje springt op en holt een hutje in. In dat hutje zit de medicijnman gehurkt in een hoekje. Hij is heel oud, zijn rimpels diep. Hij is geleefd. Naast hem ligt een vrouw plat op de grond. Met zijn handen maakt hij een bezwerende beweging. Ik zie zijn schrale lippen wat woorden mompelen. De vrouw kijkt vol vertrouwen naar de medicijnman. Ze sluit haar ogen en hij legt zijn hand op haar voorhoofd.

Hij kijkt naar buiten, de hemel in, ik volg zijn blik.

.. met bividis actie-regularis cultuur, voor een verbeterde stoelgang!” roept de vrouw van het water plots opgewekt. Ze tovert uit de emmer allemaal pakken Activia tevoorschijn.
De medicijnman rent het hutje uit en haalt uit zijn koffertje Revitalift van L’oreal, en Beauty Cream Oil van Nivea. “Voor een zachtere, stralende huid”, zegt hij breed grijnzend tegen de liggende mevrouw. “En als u wil kan ik best wat van uw dijen wegzuigen hoor. De borsten zijn ook geen probleem, en bovendien denk ik dat u toe bent aan een iets vollere bovenlip”.
De mannen die de gazelle weggebracht hebben komen terug in een Lamborghini Murcéalago, zo’n knalgroene. “Go shorty, it’s ya birthday” dreunt er uit de speakers.

Het jongetje van de jerrycans rent op zijn vader af, die achter het stuur zit. “Papa, mag ik een nieuw stemmetje uitkiezen voor de TomTom?” Zijn vader staart echter vanachter zijn dikke zonnebril in de verte.
Paaaap!” roept het kleine meisje van de takjes enthousiast. “Kijk eens hoe tante Deborah er uit ziet!” Tante Deborah staat tevreden naast de medicijnman, met haar nieuwe borsten.

Plots komt het meisje naar mij toe. Ze buigt zich over me heen en kijkt zorgelijk. “Ier?” zegt ze. “Kom eens bij me liggen poepie.” Ze komt steeds dichterbij en met haar grote bruine ogen lijkt ze door me heen te gaan. Ze komt zo dichtbij dat ik alleen maar haar bruine ogen zie.

Dan zijn het de ogen van mijn vriend. Hij zegt nog eens: “Kom eens bij me liggen?” en dat doe ik dan maar. Hij slaat zijn beschermende armen om me heen en ik kroel dicht tegen hem aan.

Met een lichte siddering denk ik terug aan mijn droom. Wat een tegenstellingen, tussen daar en hier. Hoe relatief is het eigenlijk, in welk lichaam je geboren word? Ik had net zo goed de vrouw kunnen zijn van het water. Zij had net zo goed mij kunnen zijn, knus in bed, en wetend dat straks schoon water stroomt in één handbeweging. We zijn allebei evenveel mens, we zijn allebei geboren en we gaan allebei dood.

Als je dat goed beseft, voel je hoe belangrijk het eigenlijk is om iets te doen voor mensen die het slechter hebben.
Die vrouw met het water, en ik hier in Nederland. Als wij nou eens een verbintenis aan zouden gaan. Ik zorg voor haar, zij helpt mij waar ze kan. Zij stuurt mij typisch Afrikaanse kruiden, planten, vruchten, of misschien iets kunstigs. En ik stuur haar eens wat geld, wat kleren, wat eten, wat speelgoed voor haar kinderen.

Stel je nu eens voor! Ieder individu gaat een verbintenis aan met een ander, zodat er duo’s ontstaan. Iedereen zorgt voor iemand anders. Niemand meer alleen, niemand in de steek gelaten, altijd iemand om op terug te vallen. Arm en rijk, samen.

Mannen en vrouwen met roze billen

Ik heb me altijd al afgevraagd waarom vrouwen en mannen toch zo anders zijn. Laatst las ik een super interessant artikel dat zorgde voor een werkelijke openbaring. Vriend en ik hebben vaak van die man-vrouw momentjes waarbij een van ons de wenkbrauwen eens flink ophaalt, of erger. Het antwoord op dit alles wortelt zich in onze Oerkracht.
Onze Oereigenschappen ontstonden toen man en vrouw, sociaal als ze zijn, in de oertijd gingen samenwonen. En als ik zeg oertijd, bedoel ik echt oe-oer-oeeertijd, want we wonen nu al zo’n 3 miljoen jaar samen.
Mannen en vrouwen zijn verschillend geworden op dezelfde manier als dat een baviaan roze billen heeft gekregen. Klinkt misschien raar, maar door natuurlijke selectie (zie Darwin) hebben de hersenen van mannen en vrouwen zich zodanig aangepast dat er twee wezens zijn ontstaan met zeer uiteenlopende eigenschappen.

De mannen met de grootste overlevingskans, de ‘fittest’, de übermannen, hadden eigenschappen om goed te kunnen jagen. Diezelfde eigenschappen sieren nu nog onze medeman. Denk hierbij aan: Concentreren op lange termijn-doelen (is er ook nog wel genoeg bier voor mórgen?), bezighouden met één probleem (dus niet kunnen luisteren tijdens het kijken van voetbal), en een goede ruimtelijke oriëntatie (verdomd goed inparkeren).

Vrouwen hielden zich in de oertijd al met heel andere dingen bezig. De vrouw moest aan verschillende dingen tegelijk kunnen denken, en goed kunnen organiseren. Het was de taak van de vrouw om de groep in de gaten te houden, en op alle gevaren van buitenaf te letten. Ze specialiseerde zich in sociale organisatie en communicatie. Ook deze eigenschappen zijn goed geconserveerd in het vrouwenbrein.
Door mijn openbaring tijdens het lezen van het artikel bleef ik nu meer plezier aan de man-vrouw momentjes van mij en Vriend. Ook al is hij er soms niet zo blij mee.
Ik kan me namelijk wel voorstellen dat Vriend het niet leuk vind dat hij niet ongemerkt naar een andere vrouw kan kijken. Ik heb dat namelijk áltijd door.
We lopen dan samen op straat, hand in hand, op ons roze wolkje, en er komt zo’n schoonheid voorbij denderen. Ik zie haar al van een afstand aan komen huppelen, vooral herkenbaar aan wapperende haren en wiebelende borsten. Onbewust activeer ik dan mijn kijken-of-hij-kijkt-radar .
Vriend probeert dan ongemerkt een blik te werpen op de schoonheid die ons tegemoet komt. Na één oogwenk denk ik al: Pas je op dat je ogen er niet uitvallen?
Als ik er dan wat van zeg voelt hij zich vaak betrapt en vraagt hij met grote ogen hoe ik het voor elkáár krijg. Ik glimlach dan voldaan.
Voortaan zeg ik, als hij inmiddels lichtelijk geïrriteerd voor de zoveelste keer merkt dat ik álles zie: “Schatje, daar kan ik niets aan doen. Dat is slechts mijn oer-eigenschap.” Mannen hebben nu eenmaal een beperkter blikveld dan vrouwen. Mannen kijken gericht (denk aan het jagen, waarbij het belangrijk was om op één ding te letten), en dat maakt het overduidelijk waar de man naar kijkt. De vrouw heeft juist een breed blikbeld (ze moest immers op de groep letten, en de gevaren goed in de gaten houden), en de vrouw ziet dan onmiddelijk waar de man naar kijkt.
Het mooiste is nog wel dat een vrouw naar hartenlust naar mooie mannen kan kijken, zonder dat haar man het doorheeft.
Deze oerkracht borrelt ook op als we samen TV kijken. Hij probeert stiekem allerlei zaken uit zijn neus te halen of hij kijkt al verschrikt op, als ik zeg: “Zit niet in je neus!" Weer die verbaasde twinkeloogjes, heerlijk.
Die twinkeloogjes twinkelen ook wel eens kwaad. Zoals het moment suprème van de maand: het openen van de telefoonrekening. Argumenten als “Ja maar, Nadine is gedumpt door haar vriend, en mama was ziek, en ik had Jolanda al zo lang niet gesproken” helpen niet meer. Eigenlijk alles wat je achter de Ja maar plaatst. Vriend is boos.
Maar eigenlijk is het zo gek nog niet dat vriend boos is. Vriend stamt van oermannen die communicatie puur gebruikten voor snelle en efficiënte mededelingen. De genen in zijn hele lichaam gaan stuiteren bij het zien van die rekening. “Niet zoveel praten over niets!” roepen die genen.
Ach, je kan het hem ook niet kwalijk nemen. Vriend was er zelf niet bij, in de oertijd. Toen die vrouwen elk lid van de groep in de gaten moesten houden door middel van woorden en lichaamstaal. Met haar brede blikveld hield ze de gemoedstoestand van elk invidu in de gaten. Als een echte moeder. Als hij het wist, zou hij wel begrijpen dat al die telefoongesprekken pure noodzaak waren.
Toch zullen we op een gegeven moment deze oer-eigenschappen niet meer als vrijbrief kunnen gebruiken voor onze man-vrouw momentjes. Er is in deze tijd geen sprake meer van natuurlijke selectie van eigenschappen die nodig zijn voor jacht of het bemoederen van een groep. Ook mannen met voorliefde voor Sex and the City, balletdansen en andere vrouwelijke eigenschappen die misschien wat minder nuttig zijn bij de jacht, planten zich voort. Net als vrouwen die goed kunnen inparkeren, en die een lang gesprek niet kunnen harden.

Ik hoop alleen niet dat het allemaal uit de hand loopt. Dat wij als vrouwen ineens al dat gezeur over ons heen krijgen, dat we niet luisteren, dat we meer emoties moeten tonen, en dat we ons eens wat minder moeten bezighouden met auto's, vrouwen en voetbal.
Dat mannen steeds zelfstandiger worden en roepen dat ze zonder vrouwen kunnen, een soort omgekeerde emancipatie.

Nouja, die Baviaan heeft anno nu nog steeds roze billen, dus zo'n vaart zal het niet lopen.

Gouwe ouwe

Eindelijk heb ik ook een blog!
Om te beginnen maar eens een paar gouwe ouwe blogs van mijn hyves toevoegen.